Inleiding

De Richtlijn Aspecifieke klachten arm, nek en/of schouders (2012) geeft een prevalentie van 35% in de Nederlandse werkende bevolking.
Deze gegevens zijn moeilijk te interpreteren, omdat er verschillende definities van dergelijke klachten in onderzoeken worden gehanteerd (Blatter, Heuvel, Bongers, Picavet & Schoemaker, 2001).
Recentelijk wordt de term KANS (klachten aan schouder, nek en arm) veel gebruikt om deze klachten te beschrijven (Hendriks, van Ettekoven, Bekkering & Verhoeven, 2000).
KANS kan meerdere oorzaken hebben, maar steeds ligt aan de klachten een verstoring van de balans tussen belasting en belastbaarheid ten grondslag. In veel gevallen zijn de klachten voorafgegaan door langdurig uitgevoerde activiteiten met herhaalde bewegingen, of een langdurig volgehouden statische houding.
Werk, huishouden, studie of hobby zijn hiervan voorbeelden (Kuijpers, van Tulder, van der Heijden, Bouter & van der Windt, 2006).
Schouder- en nekklachten hebben vaak een langdurig beloop en zijn vaak recidiverend van aard.
De prognose van schouder- en nekklachten is ongunstiger wanneer de klachten bij het eerste consult al langdurig bestaan of zeer pijnlijk zijn, en wanneer de klachten geleidelijk zijn ontstaan (Kuijpers, Van der Windt, Van der Heijden & Bouter, 2004). Werk gerelateerde factoren en psychosociale factoren kunnen een ongunstige invloed hebben op het beloop van de klachten (Kuijpers, Van der Windt, Boeke, Twisk, Vergouwe, Bouter, et al 2006).

Massage en nek- en schouderpijn

Ling Jun Kong et al. (2013) beschreven in een systematic review het effect van massage op schouder- en nekpijn. In deze review werden 12 studies van hoge kwaliteit geïncludeerd. Voor de criteria van de kwaliteit van de studies werd de Pedro score van 6 of hoger gebruikt, wat een betrouwbare manier is om de kwaliteit van een artikel te beoordelen (Maher CG, Sherrington C, Herbert RD, Moseley AM & Elkins M, 2003).
De 12 studies vergeleken massage met een controle groep die geen massage ontving op korte en lange termijn. De resultaten lieten zien dat massage op korte termijn, tot 24 uur na de massagebehandeling, pijnvermindering opleverden voor de nek (p<0.00001) en schouder (p=0.002).
Op een termijn van 3 dagen tot 3 maanden had massagetherapie een positief effect op het verminderen van alleen schouderpijn (p=0.003).
Massage lijkt geen beter effect te hebben op het verminderen van pijn dan oefentherapie.
De auteurs geven aan dat het lastig is om de 12 studies met elkaar te vergelijken, omdat de toegepaste massage bij mensen met schouder- en nekklachten verschilde in bijvoorbeeld frequentie, duur, aantal sessies en techniek. Hierdoor is het moeilijk om praktische aanbevelingen te doen. In de toekomst zal er dus meer onderzoek moeten worden gedaan met dezelfde gestandaardiseerde protocollen om de resultaten beter met elkaar te kunnen vergelijken en praktische aanbevelingen te kunnen doen.

Conclusie

Het lijkt er op dat massage een positieve effect heeft op het verminderen van de pijn van de nek- en schouders tot 24 uur. Op een termijn van 3 dagen tot 3 maanden geeft massage een pijnreductie voor alleen de schouders.

Over de auteur

Dit artikel is overgenomen van MSP Opleidingen.
Gautam Kumar is fysiotherapeut. Hij studeert nu bewegingswetenschappen. Voor MSP opleidingen schrijft hij artikelen en geeft hij workshops.

© MSP Opleidingen 2014. Alle rechten voorbehouden.

Referenties

1. Blatter BM, Bongers PM. Work related neck and upper limb symptoms (RSI): High risk occupations and risk factors in the Dutch working population. Hoofddorp: TNO Work and Employment; 1999.
2. Blatter BM, Heuvel SG van den, Bongers PM, Picavet HSJ, Schoemaker CG. De omvang van verzuim en arbeidsongeschiktheid door RSI. Hoofddorp: TNO Arbeid; 2001. Report No.: R2014889/1020123.
3. CBO Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg. Richtlijn aspecifieke klachten arm, nek en/of schouders. Utrecht: CBO, 2012.
4. Hendriks HJM, Ettekoven H van, Bekkering GE, Verhoeven ALJ. Implementatie van KNGF-richtlijnen. Fysiopraxis. 2000;9:9-13.
5. Kuijpers T, Van Tulder MW, Van der Heijden GJ, Bouter LM, Van der Windt DA. Costs of shoulder pain in primary care consulters: a prospective cohort study in The Netherlands. BMC Musculoskelet Disord 2006a;7:83.
6. Kuijpers T, Van der Windt DA, Van der Heijden GJ, Bouter LM. Systematic review of prognostic cohort studies on shoulder disorders. Pain 2004;109:420-31.
7. Kuijpers T, Van der Windt DA, Boeke AJ, Twisk JW, Vergouwe Y, Bouter LM, et al. Clinical prediction rules for the prognosis of shoulder pain in general practice. Pain 2006b;120:276-85.
8. Kong LJ, Zhan HS, Cheng YW, Yuan WA, Chen B, Fang M. Massage therapy for neck and shoulder pain: a systematic review and meta-analysis. Evid Based Complement Alternat Med. 2013;2013:613279.
9. Maher CG, Sherrington C, Herbert RD, Moseley AM, Elkins M. Reliability of the PEDro scale for rating quality of randomized controlled trials. Physical Therapy. 2003;83(8):713–721.